Ruud Blommaert met zijn JO9-1
Ruud Blommaert met zijn JO9-1

Op het veld met voetbaltrainer Ruud Blommaert

Ruud Blommaert traint bij voetbalvereniging 't Vliegdorp de JO9-1, een fanatiek team dat enorme sprongen maakt. Dat komt mede door de serieuze houding van de trainer. “Ik ben fanatiek, gedreven en duidelijk: we trainen om beter te worden. Plezier moet, maar ik ben geen kinderopvang!”


Hoi Ruud, hoe zou jij jezelf als trainer omschrijven?
Fanatiek, helder, consequent en soms streng. Toen ik startte als trainer moest ik acht jongens selecteren uit een groep van twintig kinderen, die vanuit de kabouters de overstap maakten naar de JO8. Ik selecteerde de spelers op hun kwaliteiten, maar ook op discipline en inzet. Naar hun ouders ben ik vanaf het eerste moment heel duidelijk geweest: we komen trainen om te trainen, om te leren voetballen. Ik vergelijk het met een zwemles, daar gaan kinderen ook heen om beter te worden. Tijdens de trainingen verwacht ik altijd 100 procent inzet van de spelers. Ze moeten iets willen leren. Plezier mag altijd, maar klieren en chagrijnen liever niet. 

Moet ik bij een fanatieke trainer ook denken aan een trainer die langs de lijn staat te tieren?
Nee. Ik ga nooit over de grenzen. Brullen en schreeuwen is een no go. Wat ik wil zien is dat ze inzet tonen, strijd leveren en elkaar proberen te helpen. Fouten maken mag. Maar dat los je gezamenlijk op. Prima als je dan verliest van partijen die beter zijn. Dat hoort er nu eenmaal bij.

Wat is een van je mooiste herinneringen als trainer?
Eén moment dat er absoluut bovenuit steekt is een oefenwedstrijd die we dit seizoen speelden. Een zonnige zaterdagochtend, een thuiswedstrijd en ik had de ouders en mezelf de opdracht gegeven om tijdens de wedstrijd niet te coachen. Alléén in de rustperiodes gaf ik specifieke aanwijzingen. Je zag de kinderen elkaar coachen en elkaar steunen. Je raadt het al: ze wonnen met 14-2. De reactie van de kinderen was briljant: ‘Zie je nou wel, dat jullie geen aanwijzingen moeten geven?’


Hoe ga je überhaupt om met coachen langs de lijn?
Ik werk gelukkig met ouders die zich heel positief gedragen. Ik organiseer twee keer per jaar een groepsgesprek waarin ik benadruk wat ik van hen verwacht en wat zij van mij mogen verwachten. Zij zijn de ouders, ik de coach.

Ook voor mezelf ben ik streng. Je kunt tijdens een wedstrijd wel roepen dat de spelers naar links of naar rechts moeten, maar dat komt vaak helemaal niet binnen. Tijdens een training kan je het spel stilleggen en een toelichting geven, dat werkt beter. Ik gebruik de drie rustmomenten tijdens een wedstrijd wel om te coachen. Kinderen mogen fouten maken, daar leren ze immers van. Dit kan ik dan ook weer gebruiken om specifieke zaken onder de aandacht te brengen tijdens de traininingen.

Toch vind ik het af en toe moeilijk om me tijdens een wedstrijd in te houden. Ik ben soms iets fanatieker dan de kinderen zelf. Ook omdat ik zelf gevoetbald heb. Daar moet ik me wel van bewust zijn. Het zijn kinderen en die beleven het spel toch op een andere manier. Vanaf volgend seizoen overweeg ik samen te gaan werken met een andere ouder die me langs de lijn ondersteunt. We kunnen elkaar dan ook een beetje in de gaten houden en wijzen op te fanatiek gedrag. Het moet natuurlijk wel leuk blijven voor die kids.

Wat vind je het meest lastig aan het trainersvak?
Er genoeg tijd voor vrijmaken. Wil je het goed doen, dan moet je je verdiepen. Met voorbereiding en het geven van de training ben ik wekelijks al snel acht uur bezig, wedstrijden niet meegerekend.

Als ik kijk naar de inhoud dan is het trainen van jonge kinderen wel een uitdaging. Je verplaatsen in hun leefwereld, hun interesses en mogelijkheden. Op den duur wil ik ook af van het trainen van mijn eigen zoon. Nu gaat dat nog goed, maar ik zie in veel teams dat het tot conflicten kan leiden. Trainers zijn vaak wat strenger voor hun eigen kind.

Je werkt voor de organisatie van je team met Spond. Hoe bevalt dat?
Voorheen communiceerden we via SMS, Facebook en WhatsApp. Dat ging op zich prima, maar er kwam ruis op de lijn.  Uiteindelijk wordt er vanalles gedeeld en gecommuniceerd. Dan raak je het overzicht kwijt en mis je soms belangrijk nieuws.

Een paar maanden geleden ben ik gestart met Spond. Alle communicatie verloopt nu via de Spond-app. Het is voor mij de ideale tool om de communicatie te structureren zonder dat er allerlei andere onderwerpen op de lijn komen. Plus, alles is geautomatiseerd. Ik vul de kalender in en ouders worden vervolgens automatisch en op tijd geïnformeerd over wedstrijden en trainingen. Ik ben nu al groot fan.

Tot slot, wat zou je graag anders zien aan het amateurvoetbal?
Ik vind het hele scoutingsapparaat van BVO’s dramatisch. Het is niet prettig hoe kinderen en hun ouders gek gemaakt worden. Ook wij hebben soms scouts rondlopen. Door hun aanwezigheid ontstaat er onrust: ‘Scouts, scouts, scouts’. Kinderen in paniek, ouders in paniek. In mijn optiek zou het hele scoutingsgebeuren anders opgezet moeten worden, effectiever en efficiënter. Maar ik vrees dat ze naar mij niet gaan luisteren, haha.

Verder stoor ik me nog steeds aan het gedrag van sommige trainers en ouders. Ik heb eens een trainer van een tegenstander gehad die over mijn spelers ging roepen dat ze er helemaal niks van konden. Heel raar, we spreken immers over kinderen van 8 jaar. Ik hoop dat dit ooit nog verandert, maar dat is waarschijnlijk wishful thinking.

Ik ben overigens heel tevreden met de veranderingen die de KNVB heeft doorgevoerd. Denk aan 6 tegen 6 en 8 tegen 8, géén publicatie van uitslagen en standen. Verder beginnen jonge spelers op een kwart veld in plaats van een half veld. Die komen nu veel meer aan de bal. Allemaal goeie ontwikkelingen!

Terug
Andere content