Spelers die graag dribbelen en één tegen één situaties aangaan, worden langs het veld vaak bestempeld als egoïsten
Spelers die graag dribbelen en één tegen één situaties aangaan, worden langs het veld vaak bestempeld als egoïsten

Een pleidooi voor meer dribbelen in pupillenvoetbal

Kreten als 'KEVIN STAAT VRIJ!!' of 'HALLO, DIT IS EEN TEAMSPORT' zijn niet ongebruikelijk in het amateurvoetbal. Spelers die graag dribbelen en één tegen één situaties aangaan, worden bestempeld als egoïsten. Toch doen trainers er goed aan om pupillen meer te laten dribbelen.

We kunnen voorzichtig stellen dat een meerderheid van de coaches in het amateurvoetbal de nadruk legt op passen. Ook de ouders langs het veld zien dat graag. Dat is immers het voetbal dat we kennen van televisie. Dribbelen wordt vaak als overbodig gezien en vergroot de kans op balverlies. 


Een team dat goed en tactisch samenspeelt, is de tegenstander te slim af en wint misschien wel meer wedstrijden, zo is het idee. Natuurlijk ziet het er goed uit, als de kinderen al vroeg goed kunnen samenspelen, maar is het ook bevordelijk voor de individuele ontwikkeling? 

Spelers die goed kunnen dribbelen zijn hard nodig

Juist omdat trainers veel nadruk leggen op het passen en trappen, ontbreekt het bij veel spelertjes aan technische vaardigheden. Elke middelmatige voetballer kan een pass van 5 tot 10 meter uitvoeren, maar niet elke voetballer is goed in één tegen één situaties. Zonde, want juist deze spelers hebben we hard nodig. Een speler die goed kan dribbelen vindt oplossingen in krappe ruimtes en zorgt voor verassingen. De grootste voetbaltalenten ter wereld (denk Messi) kunnen dribbelen en pingelen als geen ander.

Juist in het pupillenvoetbal aandacht voor passen

Het is daarom belangrijk dat trainers in het pupillenvoetbal de focus leggen op dribbelen, al gaat dat soms gepaard met balverlies. Bij de jongere spelers wegen de resultaten nog niet zo zwaar. Winnen wordt door ouders en spelers als minder belangrijk ervaren. Spelplezier staat voorop. Naarmate de spelers ouder worden, wordt het spel complexer en het resultaat belangrijker. 


Met andere woorden: als de kinderen op jonge leeftijd niet leren dribbelen, zullen ze het nooit goed onder de knie krijgen. Dan heb je aan het eind van de rit tactisch goed opgeleide spelers, met technische tekorten.

Durf als trainer in te zetten op de dribbelvaardigheden

Conclusie: beide vaardigheden zijn belangrijk en horen onderdeel te zijn van de training van de pupil. Durf als trainer echter ook extra aandacht te besteden aan dribbelvaardigheden en één tegen één situaties. Train je je pupillen toch op het passen en trappen, doe het dan niet geïsoleerd. Kies bijvoorbeeld voor een spelvorm waarbij passen automatisch aan bod komt. Bij Funino, een spelvorm met 4 doelen, worden spelers vanzelf gemotiveerd om hun medespelers in de gaten te houden en te passen. 

Terug
Andere content