De doelman heeft een complexe taak op het veld
De doelman heeft een complexe taak op het veld

3 trainingsoefeningen voor keepers

Een doelman dient in miliseconden de juiste beslissing te maken. Daarmee is zijn positie misschien wel de meest complexe op het hele veld. Met deze drie oefeningen verbeter je de prestaties van deze belangrijke speler.

 Oefening 1: Rond de klok duiken

Plaats zes vlaggen in een cirkel, op zo'n zeven meter van de pion in het midden. Bij elke vlag plaats je een bal.
De keeper start bij de middelste pion en stelt zichzelf parallel aan vlag 1 op. Hij verlaagt zijn zwaartepunt en voert een lage duik uit naar de bal bij deze vlag.

De doelman dient zich daarna snel te herstellen naar de middelste pion en voert daarna een duik uit naar vlag 2. Zo gaat hij de hele cirkel af. Wanneer de keeper met de klok mee draait, duikt hij naar zijn rechterkant. Door tegen de klok in te werken, kan de keeper naar zijn linkerkant duiken. Zorg dat de keeper de bal telkens met de handen nadert. 

  • De trainer kan de moeilijkheidsgraad verhogen door elke keer een andere vlag te roepen. De keeper moet dan zo snel mogelijk duiken naar de aangegeven vlag en zich daarna terug naar het midden bewegen.

Oefening 2: Groot maken

Markeer met pionnen een vierkant van 4 bij 4 meter net buiten het doelgebied. Daarin komt speler 2 te staan. Speler 1 staat op de kruising van het doelgebied met de achterlijn.

De keeper start met het gezicht naar speler 1. Deze speler speelt een lage bal naar speler 2. Aan de keeper de taak om deze bal tegen te houden. Lukt dat niet, dan dient hij zich zo snel mogelijk om te draaien en de bal van speler 2 tegen te bemachtigen. Herhaal dit aan beide kanten van het doel. 

  • De keeper dient zich zo groot mogelijk te maken.
  • De handen moeten voor het lichaam uit bewegen.

Oefening 3: Duiken en springen

Stel drie spelers naast elkaar op, net buiten het doelgebied. Elke speler heeft een bal in zijn handen.

Aan de keeper de taak om zoveel mogelijk ballen tegen te houden. De eerste bal is een volley. Daarna mogen de spelers varieren tussen hoge en lage ballen, zodat de keeper zich goed moet blijven concentreren en de juiste positie leert innemen. Ga altijd via de middelste speler naar de andere kant. 

  • De keeper moet het bovenlichaam en de handen ontspannen houden, terwijl het onderlichaam stevig staat en licht gebogen is.


Terug
Andere content